|
Onderstaand stukje heb ik gelezen in de Cavalier Vizier, het clubblad van de Cavalier Club Nederland. Iedere hondenbezitter, die liefde voor het dier kent, zal met afgrijzen dit verhaal lezen. Het is misschien goed om niet te vergeten dat dit ook werkelijkheid is.
Hoe kon je?!
Toen ik pup was, amuseerde ik je met mijn gekke streken en maakte ik je aan het lachen. Je noemde mij je kind, en ondanks een aantal kapot gekauwde schoenen en wat vermoorde kussentjes werd ik je beste vriend. Als ik "stout" was, schudde je met je vinger naar me en vroeg me: "Hoe kon je?", maar dan gaf je weer toe en rolde je me op mijn rug om mijn buik te kriebelen. Mijn zindelijkheidstraining duurde wat langer dan verwacht, omdat je het vreselijk druk had, maar daar hebben we allebei hard aan gewerkt. Ik weet nog dat ik 's nachts mijn neus tegen je aan schurkte en dat ik naar je diepste geheimen en dromen luisterde, en ik kon me geen beter leven voorstellen. We maakten lange wandelingen en renden door het park, maakten ritjes in de auto, stopten om een ijsje te kopen, ik kreeg alleen het hoorntje want "IJs is slecht voor honden", zei je en ik deed lange dutjes in de zon en wachtte tot je aan het eind van de dag thuis zou komen. Geleidelijk ging je meer tijd aan je werk en je carrière besteden en meer tijd aan het zoeken van een menselijke partner. Ik wachtte geduldig op je, troostte je als je gekwetst of teleurgesteld was, gaf je nooit op je kop als je een verkeerde beslissing nam en sprong vrolijk in het rond als je thuis kwam. En toen. ..werd je verliefd. Zij, inmiddels je vrouw, is geen "hondenmens". Toch verwelkomde ik haar in het huishouden, probeerde haar genegenheid te geven en gehoorzaamde haar. Ik was gelukkig omdat jij gelukkig was.Toen kwamen de menselijke baby's en ik deelde in je opwinding. Ik was gefascineerd door hun roze huidje, hoe ze roken en ik wilde ze ook bemoederen. Alleen maakten jij en zij je zorgen dat ik ze pijn zou doen en ik werd de meeste tijd naar een andere kamer verbannen of naar de bench. Oh, ik wilde zo graag van ze houden, maar ik werd een "gevangene van de liefde'. Toen ze opgroeiden, werd ik hun vriend. Ze hingen aan mijn vacht en trokken zichzelf op wiebelige beentjes op, staken vingers in mijn ogen, onderzochten mijn oren en gaven mij kusjes op de neus. Ik hield van ze en van hun aanraking, jouw aanrakingen waren nu zo zeldzaam, en ik zou hen met mijn leven hebben verdedigd als het nodig was geweest. Ik glipte stiekem in hun bedden en luisterde naar hun zorgen en geheime dromen en samen wachtten we op het geluid van jouw auto op de oprit.
Er was een tijd dat, als anderen je vroegen of je een hond had, je
een foto van mij uit je portefeuille haalde en hen verhalen over mij
vertelde. De afgelopen jaren antwoordde je slechts met "ja" en
veranderde je van onderwerp. Ik was van “jouw hond" verworden tot
slechts "een hond" en iedere gulden die je aan mij besteedde, werd er
een te veel. Nu heb je een carrière in een andere stad en jij en je
gezin verhuizen naar een appartement waar geen honden toegestaan zijn.
Je hebt de juiste beslissing genomen voor “je gezin", maar er was een
tijd dat ik je enige gezinslid was. Ik was blij opgewonden over de
autorit, tot we bij het dierenasiel stopten. Het rook naar honden en
katten, naar angst, naar hopeloosheid. Je vulde de paperassen in en
zei. "Ik weet zeker dat jullie een goed tehuis voor haar vinden". Zij
haalden hun schouders op en keken je meewarig aan. Zij kennen de harde
werkelijkheid voor een hond van middelbare leeftijd, zelfs één met
"papieren". Je moest de vingertjes van je zoon van mijn halsband
lostornen, terwijl hij schreeuwde. "Nee pappa! Laat ze niet mijn hond
meenemen!" En ik maakte mij zorgen om hem en over wat je hem hiermee
had bijgebracht over vriendschap en trouw, liefde en
verantwoordelijkheid en over respect voor alle leven. Je gaf mij een
afscheidsklopje op mijn hoofd, je vermeed mij in de ogen te kijken en
weigerde beleefd mijn halsband en riem mee te nemen. Je moest nog een
deadline halen, en ik nu ook. Na je vertrek zeiden de twee aardige
dames dat je waarschijnlijk al maanden wist dat je zou verhuizen en dat
je geen poging had gedaan om een goed tehuis voor me te vinden. Ze
schudden het hoofd en zeiden: "Hoe kon je?"
Ze geven ons hier in het asiel zoveel aandacht als mogelijk is met
hun drukke bezigheden. Ze voerden ons natuurlijk, maar al dagen heb ik
geen trek meer. In het begin rende ik iedere keer als er iemand
langskwam naar het hek, hopend dat jij het was. Dat je van gedachten
was veranderd. Dat dit allemaal slechts een nare droom was. Of ik
hoopte tenminste dat het iemand was die medelijden met me had, die me
zou redden. Toen ik me realiseerde, dat ik hier op kon tegen die met
gekke fratsen aandacht vragende puppies, die geen idee hadden wat hen
te wachten stond, trok ik me maar terug in het verste hoekje van mijn
kennel en wachtte af. Ik hoorde haar voetstappen toen ze me kwam halen
aan het eind van de dag en ik liep met haar terug de gang door naar een
aparte kamer. Een gelukzalige stille kamer. Ze plaatste me op de tafel
en wreef over mijn oren en vertelde me dat ik me geen zorgen moest
maken. Mijn hart bonkte in afwachting van wat er ging gebeuren, maar
ook voelde ik een zekere opluchting. De "gevangene van de liefde" was
aan het einde van haar dagen gekomen. Omdat het mijn aard is, had ik
met haar te doen. De last die zij moet torsen is zwaar, dat weet ik
zoals ik ook altijd jouw stemmingen aanvoelde. Voorzichtig plaatste ze
een tourniquet om mijn voorpoot, terwijl er een traan over haar wang
gleed. Ik likte haar hand op dezelfde manier als ik altijd bij jou deed
om je te troosten, al die jaren geleden. Met grote vaardigheid liet ze
de injectienaald in mijn ader glijden. Toen ik de steek voelde en de
koele vloeistof die zich door mijn lichaam verspreidde, ging ik
slaperig liggen, keek haar in de ogen en fluisterde: "Hoe kon je?"
Misschien begreep ze mijn hondentaal, want ze zei. "Het spijt me
zo". Ze hield me tegen zich aan en legde mij haastig uit dat het haar
taak was ervoor te zorgen, dat ik naar een betere wereld ging, waar ik
niet genegeerd, mishandeld en verlaten kon worden of voor mezelf moest
zorgen, een plaats van licht en liefde, zo verschillend van dit aardse
bestaan. Met het laatste beetje energie dat ik nog had, probeerde ik
haar met een laatste kwispel te vertellen, dat mijn: "Hoe kon je?" niet
tegen haar gericht was. Ik dacht aan jou, lieve baas. Ik zal altijd aan
je denken en altijd op je wachten. Moge iedereen in je leven je zoveel
trouw betonen.
Jim Willis, 2001.
Noot van de auteur:
Als de tranen je in de ogen stonden bij
het lezen van "Hoe kon je?", zoals bij mij toen ik het schreef, komt
dat doordat het een samenstelling is van de verhalen van miljoenen
dieren, die ieder jaar in asielen over de gehele wereld sterven.
Iedereen mag het verhaal verspreiden voor niet-commerciële doeleinden,
zolang de auteur wordt vermeld. Gebruik het om mensen voor te lichten,
op websites, in nieuwsbrieven, op prikborden in asielen en
dierenartspraktijken. Vertel mensen dat een huisdier in huis nemen een
belangrijke beslissing is, dat dieren onze liefde en zorg verdienen,
dat het vinden van een ander, goed tehuis voor je dier je eigen
verantwoordelijkheid is dat ieder asiel en iedere
dierenbeschermingsorganisatie je daarover goede adviezen kan geven en
dat alle leven kostbaar is. Doe alsjeblieft al het mogelijke om te
voorkomen dat een dier als ongewenst wordt afgemaakt.
|