|
Fietsen is voor de meeste mensen in Nederland één van de meest voorkomende manieren om zich te verplaatsen. Het is dan ook niet zo gek dat er veel mensen zijn die ook hun hond óp of naast de fiets meenemen. Als dit op een juiste en veilige manier gebeurt, kan men op een perfecte manier het nuttige met het aangename verenigen.
Wennen aan de fiets
Bijna alle honden hebben op z’n minst wel eens een fiets gezien, gewoon in het voorbij gaan op straat. Sommige honden rennen er zelfs graag een stukje achteraan. Maar er netjes naast blijven lopen is een ander verhaal. Ten eerste hebben de meeste honden op cursus geleerd om aan onze linker kant te lopen. Als u met de hond gaat fietsen, is het verstandiger om de hond aan de rechterkant te laten lopen in verband met het overige verkeer.
Om de zowel jonge als oudere hond stap voor stap te laten wennen aan dit vreemde ding, kunt u het beste beginnen met gewoon de fiets eens neer te zetten en de hond er rustig aan te laten snuffelen. Zorg hierbij dat de fiets niet om kan vallen, want daar kan de hond behoorlijk van schrikken. Als hij zonder angst op de fiets reageert, kunt u hem hiervoor belonen. Vervolgens kunt u een stukje gaan lopen met de fiets. Loop in het begin tussen de fiets en de hond in. Als dit een paar keer goed gaat, kunt u de fiets tussen uzelf en de hond in houden. Leer de hond op deze manier eerst rustig naast de fiets te lopen.
De volgende stap is dat u daadwerkelijk gaat fietsen, maar er zijn een paar belangrijke zaken die daarbij in het oog moet houden.
Veiligheid, de Springer
Met
de Springer kunt u beide handen aan het stuur houden terwijl de hond
veilig vastzit.De springer is een beugel met een spiraalveer die onder
de stang van het zadel wordt gemonteerd. De spiraalveer absorbeert
eventueel trekken of rukken van uw hond waardoor u minder snel uit
balans raakt en de kans op een valpartij aanzienlijk wordt verkleind.
Tijdens het fietsen kunt u de hond het beste een tuigje omdoen in
plaats van een halsband. Zo blijven zijn luchtwegen vrij ook al zou hij
iets aan de lijn trekken. Tijdens het fietsen is een vrije ademhaling
noodzakelijk.
Snelheid
De snelheid waarmee u fietst bepaalt natuurlijk de snelheid waarmee
uw hond met u mee rent. Sommige honden kan het niet hard genoeg gaan.
Maar als verstandige eigenaar begint u natuurlijk rustig aan, alsof u
een dametje van 90 bent. U gaat natuurlijk ook niet ongetraind direct
een marathon lopen, dus snelheid en afstand moeten heel langzaam worden
opgebouwd. De beste manier om de hond naast de fiets te laten lopen is
in draf. Als u té snel fietst, gaat het gangwerk van de hond over in
galop. Dat kunt u eenvoudig herkennen doordat de rug van de hond in
galop als een golf op en neer gaat. In draf is de ruglijn horizontaal.
Deze gang kan de hond lange stukken volhouden en geeft de beste
spierontwikkeling. Galop is een gangwerk voor korte afstanden. Het
langdurig laten galopperen van de hond kan tot blessures en
gewrichtsproblemen leiden.
Temperatuur
Vaak begint men juist in de zomer, als het lekker weer is, met
fietsen. Op zich is dit geen probleem, maar houd er wel rekening mee
dat het asfalt behoorlijk heet kan worden op zo’n zomerse dag. Daardoor
kan de hond zijn voetzooltjes beschadigen.
Een belangrijk weetje is dat de temperatuur zo’n 10 centimeter boven de
grond, wel 10 tot 15 graden hoger is dan op borsthoogte! Ga in de zomer
dus alleen vroeg in de ochtend of laat in de avond fietsen, als het
enigszins is afgekoeld. Een hond raakt gemakkelijk oververhit. Hij
raakt zijn temperatuur alleen kwijt door te hijgen. Bij een temperatuur
boven de 22 graden is het onverstandig om nog met de hond te fietsen.
Mocht u de hond op deze dagen toch willen meenemen, dan is het
verstandig hiervoor een karretje of fietsmand te gebruiken.
Wat nog meer?
Om mogelijke gezondheidsproblemen uit te sluiten, is het geen slecht
idee om de hond door een dierenarts te laten onderzoeken voordat u met
een fietstraining begint. De dierenarts kan de algehele conditie van de
hond beoordelen en ook controleren of het hart van de hond geen
verborgen gebreken laat horen. Bij bepaalde rassen kan het nuttig zijn
een foto van de heupgewrichten te laten maken voordat u aan een
training begint. Gelijkmatige beweging zoals draven naast de fiets is
vaak een heel goede training voor honden met (aanleg voor)
gewrichtsproblemen, maar het is natuurlijk wel belangrijk dat u deze
training aanpast aan de mogelijkheden van de hond. Ook kan de
dierenarts u adviseren over de leeftijd waarop uw hond met de training
mag beginnen. Dat kan per ras en per hond verschillen. U kunt met een
pup natuurlijk wel in elk geval alvast beginnen met het wennen aan de
fiets. Ik heb mijn wagen volgeladen…
Ook bij het gebruik van een karretje of fietsmand is het belangrijk de
hond hier eerst aan te laten wennen. Zet het mandje of karretje eerst
op de grond, laat de hond er aan snuffelen en zet hem er dan pas in
terwijl u hem beloont met iets lekkers. Oefen eerst korte stukjes. Zet
de hond in een fietsmand of kar nooit vast aan zijn halsband. Als de
hond om wat voor reden dan ook over de rand kiepert, kan hij zich
hierdoor ophangen! Het beste is om de hond vast te zetten aan een
tuigje.
Neem altijd vers water mee voor de hond, maar laat hem niet teveel
ineens drinken. Laat hem ook als hij thuis komt niet direct grote
hoeveelheden water drinken Geef de hond geen eten vlak voor of na het
fietsen.
Zorg ervoor dat de hond zijn behoeften heeft kunnen doen voordat u met
hem gaat fietsen. Als u grotere afstanden gaat afleggen, controleer dan
regelmatig de voetzooltjes van de hond.
Als uw hond eenmaal gewend is om langere afstanden naast de fiets te
lopen, stop hier dan niet abrupt mee, maar bouw het langzaam weer af.
|