|
De meiden (ik mag geen meisjes meer zeggen) waren al weken met een nieuw fenomeen bezig: Honden sintermaarten. Ik had er nog nooit van gehoord.
Het bleek vrij eenvoudig; je dost jouw hond(en) uit met een lantaarn of iets wat licht geeft en gaat vervolgens langs de deuren en zingt:
Sinteren, sinteren maarten
De kalfjes dragen staarten
De koeien dragen hoorns
En toen was ik het kwijt.
In ieder geval Belle en Terrie hadden een bezoek aan de kapper gebracht en we hadden voor beiden een kroontje gekocht op batterijen. Het idee om hun met brandende kaarsen op hun kop te laten lopen leek me te luguber. Om hun nek droegen ze een wit katoenen zak; oudjes van mijn vrouw en mij. Deze waren iets te lang en hoewel we ze hebben ingenomen rond de nek, kwam de zak nog steeds onder hun poten. Er zat niets anders op; ze moesten wijdbeens langs de deuren leuren!
Op de bewuste avond, 11 november j.l., hulde ik me in een grote vrij donkere jas met bijpassende hoed om mezelf een beetje anoniem te houden voor de buren. Bij het eerste huis, 2 straten verder, belde ik aan en begon te zingen. Nu stelt mijn zangkunsten geen barst voor, maar wat de meiden er uit gooiden was ronduit erbarmelijk. De gemiddelde IDOL begon zich gelijk een ster te voelen en je moest de koelkast dicht houden anders werd de melk zuur.
De deur ging open en er werd wat naar buiten gegooid en de deur
ging weer dicht. Ik was zo beduusd dat ik niet in de gaten had, wat het
was. Belle en Terrie wel en het ging niet in hun zakje om hun nek maar
direct in de mondjes. Zelf stopte ik ook snel een koekje naar binnen.
Gadverdamme, het was een pepernoot uit 1963, zo hard. Er brak gelijk
een grote vulling van mijn hoektand af en ook de meisjes kregen deze
betonblokken maar moeilijk weg. Dit waren geen kindervrinden!
Bij
het volgende huis was het niet veel beter, wel kregen we weer wat
toegegooid. Ik moest zeer snel zijn, want de meiden wachtten niet op
mij. Ik had nog net een Maria biscuittje te pakken die ik maar snel in
mijn mond stak voordat de meiden die ook inpikten. Ik werd al naar het
volgende huis getrokken en moest direct aanbellen. Echter er zat nog
steeds een flink deel van het Maria biscuittje in mijn mond, eh, eh.
Wat
zijn de biscuitjes droog, want toen ik in geblèr wou uitbarsten werden
mijn keelsappen geheel geabsorbeerd door de biscuitjes. Ik kon hooguit
wat korte hu, hu's uitbrengen. Hierdoor werd het gezang van de meiden
nog duidelijker en geloof me, kattengejank klinkt beter. De deur ging
open en een oud vrouwtje keek ons zeer meewarig aan. Ze zei: "Ben jij
niet viel te oud voor dit gedoe?". Ja wat zeg je dan?? "Mijn honden
wilden zo graag" stamelde ik. "Nou", zei ze, "dan geuf ik wel iets voor
je keel, want jou heb ik niet geheurd".
Ze liep naar binnen en
kwam terug met een doos Jamaica rumbonen. "Nou vriendelijk bedankt"
riep ik nog echter de deur ging al dicht. Die doos was zo onnoemelijk
groot en mijn keel zo droog, dat ik meteen 10 bonen in mijn mond stak.
Dat hielp matig maar het smaakte best. En met die grote doos liep ik
naar het volgende huis. Toen ik aanbelde, drongen de meiden zo naar
voren om als eerste het lekkers in ontvangst te nemen dat de doos met
rumbonen op de grond viel.
De deur ging open maar ik dook al naar de
grond, want de meiden waren als grasmachines alle rumbonen aan het
innemen. Te laat, ik vond nog één aangebeten boon tussen de tegels; de
rest was achter de kiesjes verdwenen. De bewoner was stomverbaasd,
vooral omdat ik op mijn knieën het sintermaartenlied aanhief. We kregen
ieder een lolly en voordat de deur geheel dicht was hoorde ik hem nog
tegen zijn vrouw zeggen; wat er tegenwoordig allemaal langs de deuren
gaat, dat wil je niet geloven; een man met 2 honden en ze stinken nu al
naar de drank.
Dat was waar; de rumbonen begon hun werk te doen. Het
zingen leek zich te verbeteren maar de woorden werden steeds
onduidelijker. Alle drie slisten we een eind heen en het werd tijd om
weer naar huis te gaan. Met 2 lege zakken om hen nek stommelde we ons
huis weer in. Belle leek wel op een stervende zwaan met haar kroontje
scheef op haar kop en lodderige ogen. Terrie haar kroon was geheel over
haar kop gezakt en zat op haar nek. De meiden giechelden nog steeds
opgewonden van de gebeurtenissen en Terrie keek me met haar pretoogjes
aan: "Wanneer gaan we weer?".
|