Fatale gevallen van Babesiosis bij de hond in Nederland
Naar aanleiding van berichten over een aantal fatale gevallen van Babesiosis bij honden in Nederland (omgeving Den Haag en Arnhem,
maart 2004), waarvan zeker is dat deze honden niet in het buitenland geweest zijn, is contact opgenomen met de afdeling Paracytologie van de Universiteit voor Kleine Gezelschapsdieren te Utrecht. Men heeft bevestigd dat deze berichten op waarheid berusten en onderaan dit artikel vindt u het bericht dat zij ons hebben toegezonden.
De ziekte Babesiosis (of Piroplasmosis) wordt veroorzaakt door een eencellig diertje (protozo), genaamd Babesia canis. De ziektekiem wordt overgedragen door een bepaalde tekensoort (Dermacentor reticulatus), die in de tropen, subtropen en rond de Middellandse Zee algemeen voorkomen. In Nederland kwamen ze slechts sporadisch voor.
Tot voor kort werd dan ook geadviseerd de honden preventief tegen deze ziekte te vaccineren, wanneer men van plan was de hond mee op vakantie te nemen naar landen in Zuid-Europa (zuidelijk Frankrijk, Italië, Spanje, enz), omdat onze honden geen natuurlijke afweer hebben tegen deze tekenziekte. In Nederland zou de betreffende tekensoort niet kunnen overleven, vanwege de te lage temperaturen. Dit blijkt echter niet het geval. In beschut struikgewas en in de verwarmde huizen en kennels heeft de teek het goed naar zijn zin. Het is echter heel goed mogelijk, dat deze tekensoort zich heeft aangepast aan de omstandigheden in Nederland. De incubatietijd voor Babesia varieert van 1 tot 2 weken. Na besmetting kunnen de volgende verschijnselen (in het acute stadium) worden waargenomen:
- · lusteloosheid
- · gebrek aan eetlust
- · hoge koorts
- · rode urine
- · versnelde pols en ademhaling.
Behandeling in een vroeg stadium geeft een goede kans op volledig herstel, hoewel de honden wel drager van de ziekte (kunnen) blijven. Van de niet behandelde honden kan een aanzienlijk percentage overlijden.
1. Een teek die deze ziekte overdraagt, doet dit pas nadat hij een aantal uren vastgezogen heeft gezeten (20 tot 24 uur)
2. Wanneer Babesia geconstateerd wordt VOORDAT het de chronische vorm heeft aangenomen bij volwassen honden en behandeld wordt met de juiste medicijnen, geneest de hond en is daarna mogelijk immuun voor de ziekte.
3. Pups dienen onmiddellijk behandeld te worden bij de eerste symptomen, anders is de besmetting fataal. Ook zij zijn na genezing mogelijk immuun.
Voorkomen
Er zijn in Nederland goed werkende middelen in de handel om de hond te
beschermen tegen teken (tekenbanden, Frontline, enz). Tegen Babesia kan
men de hond ook laten vaccineren. Deze vaccinatie is een half jaar tot
een jaar geldig. Belangrijk is ook, dat men niet uitsluitend op deze
middelen vertrouwt, maar de hond regelmatig controleert. Zeker na
wandelingen waarbij de hond door kreupelhout heeft kunnen lopen.
Gebruik voor het verwijderen van een teek een goede tekentang. Het
gebruik van alcohol, aceton of iets dergelijks om de teek eerst te
verdoven, kan ertoe leiden, dat hij door de schok toch nog gifstoffen
in het bloed van de hond spuit. Belangrijk bij het verwijderen is, dat
ook de kop van de teek uit de huid loslaat, omdat anders de kans op
ontstekingen groot is. Verwijderde teken dient men te doden. Het
wegspoelen via bijvoorbeeld het toilet heeft geen zin, omdat de teek
deze zwemtocht kan overleven.
Een andere tekensoort die in Nederland veelvuldig voorkomt (Ixodes
ricinus) kan bij de mens de ziekte van Lyme veroorzaken, maar is voor
de hond zelf niet schadelijk (voor zover bekend).
Herkennen
In het beginstadium ziet de teek eruit als een klein spinnetje.
Zodra deze echter een gunstige plaats gevonden heeft, haakt hij zich
met de kop vast in de huid en begint bloed te zuigen. Al vlug ziet men
hem groeien en kan hij wel een centimeter groot worden. Zodra hij
genoeg bloed binnen heeft gekregen, laat hij los en valt op de grond.
Nadat het bloed verteerd is, begint de cyclus van voren af aan.
Teken laten zich niet alleen op de hond vallen vanuit de struiken, maar
kunnen ook vanaf de grond omhoog springen. Teken reageren op
lichaamswarmte en omdat de hond over het algemeen een hogere
lichaamstemperatuur heeft dan de mens, is hij een gewillige prooi.
Mocht uw hond bovenstaande symptomen vertonen, enige tijd nadat u
een teek verwijderd heeft, neemt u dan direct contact op men uw
dierenarts en vertel daarbij dat uw hond bezoek heeft gehad van een
teek.
Het artikel van Prof. Dr. Jongejan
FATALE GEVALLEN VAN BABESIOSE BIJ DE HOND IN NEDERLAND
In maart 2004 zijn twee fatale gevallen van babesiosis bij honden,
zonder buitenland anamnese, vastgesteld in de regio Den Haag en Arnhem.
Voorlopige analyse wijst op Babesia canis, een protozoaire infectie die
wordt overgedragen door Dermacentor reticulatus teken, die niet in
Nederland voorkomen. Dermacentor teken zijn drie-gastherige teken die
zowel in warme als in gematigde streken voorkomen, maar in Europa reikt
het verspreidingsgebied tot in Zuid-Engeland, Zuid-België en
Midden-Duitsland. D.reticulatus teken zijn al wel eerder gevonden op
honden van teruggekeerde vakantiegangers en zijn er incidenteel
D.reticulatus teken aangetroffen op honden die niet in het buitenland
waren geweest. Naast de vele importgevallen zijn in Nederland tot
dusver sporadisch autochtone gevallen van babesiose vastgesteld (twee
honden in Koog aan de Zaan en bij drie honden op de Veluwe in de
tachtiger jaren). De teken kunnen door andere honden zijn meegebracht,
hier zijn afgevallen en na vervelling in de vegetatie de ziekte hebben
overgedragen zonder zich permanent te vestigen.
De vraag dringt zich echter op of Dermacentor teken zich toch in
Nederland hebben gevestigd. Met het oog hierop wordt dringend
geadviseerd om iedere patient met haemoglobinurie te verdenken van
babesiose en direct onderstaande maatregelen te nemen.
Babesia ontwikkelen zich uitsluitend in de erythrocyten van de hond.
De incubatietijd varieert van één tot twee weken. In het acute stadium
worden de volgende verschijnselen waargenomen:
- apathie,
- anorexie,
- hoge koorts,
- versnelde pols en ademhaling.
Later kan een haemolytische anaemie ontstaan, die gepaard gaat met
haemoglobinurie door lysis van erythrocyten. In dit stadium zijn de
parasieten vaak gemakkelijk aantoonbaar in een uitstrijkje van
capillair bloed na kleuring met Giemsa. Zonder behandeling treedt op
icterus, splenomegalie en lymfadenopathie. In ernstige gevallen
treedt naast nierdysfunctie diffuse intravasale stolling. Na
behandeling kan de diagnose worden bevestigd door serologie (IFT).
Zonder behandeling kan een aanzienlijk percentage van de voor het eerst
geïnfecteerde honden aan babesiose sterven; overlevende honden blijven
drager.
Het is van belang om de volgende maatregelen te nemen en nader
onderzoek te verrichten om een antwoord te krijgen op de volgende
vragen:
- bij haemoglobinurie altijd een bloeduitstrijkje maken om Babesia infectie te kunnen vaststellen,
- Indien
positief, eerst een EDTA bloed monster afnemen en vervolgend direct
behandeling inzetten met Imizol (imidocarb dipropionaat),
- teken
verzamelen van patienten en opslaan in potjes met 70% ethanol voorzien
van een etiket waarop datum, lokatie en gastheer. Meerdere teken
afkomstig van één en dezelfde gastheer kunnen bij elkaar worden
opgeslagen, maar teken afkomstig van verschillende gastheren nooit. Let
vooral op teken met een afwijkende kleur (Dermacentor),
- inventarisatie
van alle klinische gevallen van babesiose bij de hond in beide regio’s
dient direct en zo volledig mogelijk te worden uitgevoerd,
Babesia infecties kunnen door middel van moleculaire diagnostiek
(PCR) worden bevestigd zowel in EDTA bloed monsters als in de door
ethanol gefixeerde teken,
Bloed monsters en teken kunnen worden opgestuurd naar de Faculteit
Diergeneeskunde ter attentie van Dr. D. Houwers, Veterinair
Microbiologisch Diagnostisch Centrum (VMDC), postbus 80.165, 3508 TD
Utrecht, tel 030 253.1242. De bepalingen worden uitgevoerd bij de
afdeling Parasitologie tegen de geldende tarieven.
Voor nadere informatie kunt u zich richten tot:
Prof.dr.Frans Jongejan
Afdeling Parasitologie en Tropische Diergeneeskunde
Faculteit Diergeneeskunde
Universiteit Utrecht
tel 31 30 254 2568 ; fax 31 30 254 0784
E-mail:
Dit e-mail adres is beschermd door spambots, u heeft Javascript nodig om dit onderdeel te kunnen bekijken
|