DE HOND EN VOEDING IN VERSCHILLENDE FASEN VAN HUN LEVEN
Inleiding
Veel honden die als gezelschapsdieren worden gehouden zijn geheel of hoofdzakelijk afhankelijk van hun eigenaars voor hun voeding. Veel mensen zijn zich terdege bewust van het verband tussen voeding en gezondheid, en veel eigenaars zijn even bezorgd over de voeding van hun dier als over hun eigen eten. Voeding en gezondheid hebben betrekking op een grote verscheidenheid van met elkaar samenhangende factoren, waaronder de voedingsbalans, het energiegehalte, de beschikbaarheid van voedingsstoffen, de smakelijkheid en de veiligheid. De voornaamste schakel tussen voedingsbehoefte en voedingsproducten is de energie. Honden eten om energie te verkrijgen en, aangezien het gehalte aan voedingsstoffen in commercieel voer is afgestemd op het energiegehalte, is een gedetailleerde kennis van de voedingsbehoeften van de hond van essentieel belang. De energiebehoefte van een hond is o.a. afhankelijk van het gewicht en de grootte, van het gewicht, maar ook van de levensfase waarin de hond zich bevindt.
Hieronder worden deze verschillende fasen uit het leven van een hond besproken.
Drachtige en lacterende teven
Jonge dieren te verzekeren van de best mogelijke start in het leven begint met de juiste voeding van de drachtige en lacterende ( als de pups bij de moeder drinken) teef.
Om een goed doordacht voedingsprogramma voor de teef op te stellen, is het noodzakelijk de extra eisen te begrijpen die de dracht lichamelijk en op het gebied van voeding aan het dier stelt. Het grootste deel van de gewichtstoename van de ongeboren pups vindt plaats in het laatste derde deel van de dracht. Daarom zal de energiebehoefte van de teef tot deze tijd niet toenemen.
Overvoeden vroeg in de dracht kan leiden tot afzetting van ongewenst vet en kan leiden tot problemen bij de geboorte. Echter tegen de tijd dat de teef gaat werpen, zal zij ongeveer 60% meer eten dan toen de dekking plaats vond.
Het kan gebeuren dat een teef met een groot aantal jongen een zo sterk uitgezette buik heeft en zoveel minder actief is dat haar eetlust in de laatste week of tien dagen van de dracht afneemt. In die gevallen is het verstandig verspreid over de dag meerdere kleine maaltijden te geven. Het doel is bij de geboorte van de pups een teef te hebben die niet te dik is en die haar eetlust heeft behouden.
Gedurende de periode dat de teef haar pups voedt, zal de meeste energie van haar gevraagd worden. De extra benodigde energie is afhankelijk van de normale energieopname van de teef en de grootte en leeftijd van haar jongen.
De drachtige of lacterende teef heeft geen speciaal vitaminen- of mineralensupplement nodig wanneer een evenwichtige voeding wordt gegeven.
De groeiende hond
In verhouding tot het lichaamsgewicht zijn de energie- en
voedingsbehoeften van een groeiende hond veel groter dan die van een
volwassen hond. De jonge hond heeft een hoog voedingsniveau nodig om
brandstof te leveren voor zijn snelle groei en om de blijkbaar
onbegrensde energie te leveren die zo kenmerkend is voor puppies.
De eerste twee weken van het leven van een puppy worden drinkend en
slapend doorgebracht terwijl aan hun energiebehoefte wordt voldaan door
hun moeder. Het is duidelijk dat zij in deze periode geen behoefte
hebben aan enige voedselbron van buitenaf. De teef kan natuurlijk niet
genoeg melk produceren als zij een groot aantal jongen heeft. Wanneer
de teef haar eigen jongen niet groot kan brengen, kan een andere teef
soms optreden als pleegmoeder. Maar de kans een teef te vinden in het
juiste stadium van de lactatie, en met voldoende melk om nog een nest
jongen groot te brengen is vanzelfsprekend gering. Moederloze puppies
moeten met de hand gevoed worden. Moederloze puppies hebben twee vitale
behoeften: een geschikte omgeving en voedsel. Bij de verzorging van de
puppies zijn regeling van de temperatuur rond de puppies en de
stimulatie van urine en ontlasting bij elke puppy belangrijk. Ideaal is
als de temperatuur wordt geregeld door het gebruik van een elektrische
deken of een infrarode lamp.
Puppies groeien snel en verdubbelen hun geboortegewicht in enkele
dagen. Daarom hebben puppies behoefte aan een grote hoeveelheid melk of
ander voedsel dat de plaats daarvan kan innemen.
Als de puppies tussen de 6 en 8 weken oud zijn, zijn zij klaar om de
teef te verlaten. In dit stadium is het beter vier kleine maaltijden
per dag te geven dan dat de puppies continu toegang hebben tot het voer.
De groeisnelheid is in het beginstadium zeer hoog en in het algemeen
zullen de meeste hondenrassen rond de leeftijd van 5-6 maanden 50% van
hun volwassen lichaamsgewicht hebben bereikt. Vanwege de grote variatie
in volwassen lichaamsgewicht worden verschillende rassen volwassen met
verschillende snelheid. Grote rassen hebben langer tijd nodig om hun
volwassen lichaamsgewicht te bereiken dan kleinere hondenrassen. Het
voedingsregime is van groot belang voor het bepalen van de
groeisnelheid, vooral van grote en reuzenrassen. Bepaalde rassen die
zeer snel groeien, lopen meer kans op stoornissen in de ontwikkeling
van het skelet.
Oudere honden
Ouder
worden is een onomkeerbaar proces. Het geven van goede voeding kan
helpen bij de verzorging en behandeling in deze levensfase.
Vanwege de grote verschillen tussen de rassen is het moeilijk aan te
geven wanneer een hond oud is. Het is bekend dat kleine en middelgrote
rassen meestal een hogere levensverwachting hebben dan reuzenrassen.
Onderzoek toont aan dat het energiegebruik van oudere honden om twee
redenen verminderd is. Ten eerste daalt het peil van activiteit, hoewel
dit individueel zeer verschillend is. Ten tweede treedt er een
vermindering van de niet-vette lichaamsmassa op en daarmee een daling
in de snelheid van de stofwisseling. We moeten hiermee rekening houden
om te voorkomen dat de oude hond veel te dik wordt. Dit betekent echter
niet per definitie dat de voeding voor de oudere hond minder energie
moet bevatten omdat oudere honden vaak een verminderde eetlust hebben
en daardoor geneigd zijn minder te eten.
Werkende honden
Werkende
honden vervullen vele verschillende functies, variërend van het
optreden als blindengeleidehond tot het trekken van sleden in het
poolgebied. Afhankelijk van hun functie hebben werkende honden zeer
verschillende trainings-, werk- en rustschema’s die verschillend
samengestelde voedingen nodig maken. De hoeveelheid extra energie die
nodig is, hangt af van de omgeving, de hoeveelheid vereiste inspanning
en de aard van het werk.
Werkende honden kunnen in twee duidelijk verschillende groepen worden
ingedeeld. De eerste groep wordt vertegenwoordigd door de Greyhound. De
inspanning die dit dier levert bij het rennen is zeer intens, maar van
korte duur. Zijn voeding zal dan ook een relatief grote hoeveelheid
koolhydraten bevatten. Geschikte bronnen van koolhydraten zijn onder
meer maïs, havervlokken, rijst en aardappelen.
Andere werkende honden zijn gedurende lange perioden actief en soms
bovendien in ongunstige omgevingen (denk aan sledehonden en
lawinehonden). Deze zullen daarom meer energie nodig hebben, niet
alleen als gevolg van hun inspanning, maar ook om hun
lichaamstemperatuur op peil te houden. Voor deze groep van werkende
honden is vet de voornaamste energiebron.
Hoewel hard werk het verbruik van energie doet toenemen, kan het de
opname van voedsel verminderen als gevolg van vermoeidheid. Om bij hard
werkende honden een goede voedselopname te bevorderen, kan het nodig
zijn de smakelijkheid van het voedsel te verbeteren door toevoeging van
vet en eiwit.
Het voedselregime (wanneer je voert) van werkende honden is ook van
groot belang. Zij moeten slechts een klein maal krijgen voor het werk,
omdat een volle maag de prestaties belemmert.
Om uitdroging te voorkomen bij werkende honden moeten zij altijd toegang hebben tot water.
Kortom, de voeding van werkende honden moet zeer smakelijk, geconcentreerd, goed verteerbaar en uitgebalanceerd zijn.
Joost van Erp,
dierenarts
|