1. WAT IS UW BURGERLIJKE STAAT EN HOEVEEL HUISDIEREN HEEFT U?
Ik ben getrouwd en heb twee kinderen, een zoon en een dochter. Mijn man is vorig jaar vrij plotseling overleden. Mijn leven (en huis) wordt nu voornamelijk gevuld door mijn twee Leonbergers, Karian (8jr) en Santos (4jr). Leonbergers komen van oorsprong uit het Duitse Leonberg, waar ze in 1839 met Newfoundlanders, Pyreneese berghond en Sint-bernard zijn gekruist. Ze waren oorspronkelijk bedoeld voor terreinbewaking. De Franse Leonbergers zijn donkerder, de Duitse lichter van vacht. Ze zijn pas na 4 jaar volgroeid (volwassen) wegen 55 tot 60 kilo en hebben een flink formaat. Dat heeft de vragenstelster aan den lijve ondervonden. Bij binnenkomst werd ze zo enthousiast begroet, dat ze dacht aan het bezoek een gebroken neus over te houden.
2. HAD U EERDER EEN HOND?
Onze eerste hond was een middelslag poedel, die op 5-jarige leeftijd is doodgereden. Omdat mijn zoon altijd wat plagerig omging met de hond (als de hond net sliep hem uit de mand halen) kozen we niet voor een andere. Toen onze zoon 7 jaar later de deur uitging kwam een hond weer ter sprake. Geen kleine hond meer. Boeken uit de bieb gehaald en aan het lezen geslagen. Een Leonberger werd het. Binnen zijn ze rustig, buiten genieten ze van de vrijheid en het buiten-zijn. Echt UIT, echt HAPPY. Onze eerste Leonberger, teef Selda, voldeed aan alle beschrijvingen. Haar hebben we met 10 jaar moeten laten inslapen.
3. WAT VINDT U HET LEUKSTE HONDENRAS?
Alle honden zijn leuk, maar dit ras spreekt mij het meeste aan. Mocht
ik ooit nog eens een nieuwe hond nemen, dan nooit meer een reu. Veel te
dominant. Ik loop niet echt rustig met hen, als de een begint, begint
de ander ook. Vooral Santos is dominant. Dat was hij niet voordat hij
gegrepen werd door een Bernersenner. Met Selda kon ik goed trainen,
maar met de reuen eigenlijk niet. Hoewel ze goed hun aandacht kunnen
vasthouden is het me te link met andere reuen, daar ben ik niet
zelfverzekerd genoeg voor.
4. WAT ZIJN UW HOBBY'S?
Buiten de honden lees ik veel. Streekromans spreken me aan en een beetje terug in de tijd.
5. HOE LANG BENT U LID VAN WIK EN WAT DOET U BIJ WIK?
Met Selda deed ik de behendigheidstraining. Dan heb ik het over 14
jaar terug. Veel mensen hadden twee honden. Waarom ook niet. Zo kwam
Karian erbij. En na de dood van Selda hebben we Santos genomen.
Ik zit in de barploeg en sinds twee jaar namens de barploeg in het
bestuur. Dinsdag en zaterdag zijn mijn vaste dagen, maar daarnaast zie
je me ook vaak op de club. Puur voor het sociale contact. In eerste
instantie hoefde ik niet zonodig in het bestuur. "Waar maken jullie je
nou druk om" dacht ik, maar toch.. Het is prettig dingen voor elkaar te
kunnen krijgen. Bovendien het is een gezellige ploeg, allemaal
vrijwilligers, zonder onderscheid.
6.WAT WAS DE LEUKSTE GEBEURTENIS MET DE HONDEN?
Daar kan ik zo geen antwoord op geven, er is zoveel leuk. Nee, het
leukste weet ik zo niet. Jammer is dat mijn man Karian heeft getraind
en mijn dochter Santos, de reu. Ik ben veel consequenter en door de
omgang met de honden zo in het dagelijkse leven krijg je een andere
band met je honden. Als mijn dochter binnenkomt, gaat Santos helemaal
door het lint, en bij mij moeten ze laag blijven.
Minder leuk is dat mijn honden PRUTDUIKERS zijn. Vooral de slootjes
rond het WIK-terrein zijn zeer geliefd. Ik ben er minder gelukkig mee.
7. WAT IS DE LEUKSTE/MINDER LEUKE UITLAATPLEK?
In het dorp kan ik ze moeilijk uitlaten. Daarom loop ik per dag
gemiddeld anderhalf uur een rondje Wormer. Omdat Santos zo dominant is
heeft hij een tuig om en een halty, een slipketting voelt hij niet
meer, omdat we daar te laat mee gestart zijn. Karian kan wel los, die
is wel met slipketting getraind. In het Jagersveld ben ik ook veel te
vinden. Kunnen ze lekker spelen en zich uitleven.
8.WAT IS LEUK AAN TRAINEN MET JE HOND?
Het is geweldig met je pup te beginnen. Met zo'n klein mormeltje kun
je altijd bezig zijn. Perfect! Als je een hond neemt moet je eigenlijk
A, B en C doen. Pas dan heb je een hond die echt gehoorzaam is, waarmee
je bijvoorbeeld naar een restaurant kunt of met de trein mee. Je hond
moet luisteren, vrijheid krijgen en als het fout gaat, terug gefloten
kunnen worden. Als ik naar Karian kijk, zal ik als ik ooit nog eens met
een pup moet trainen, dat nu wel met een slipketting doen.
9. MIST U NOG IETS AAN GEZELLIGHEID BIJ WIK?
Het klaverjassen is helemaal weggezakt, en dat vind ik jammer. Was
altijd leuk een keer in de zoveel tijd. Je valt terug naar vroeger,
toen we nog bij het Honigterrein zaten, dat krijg je niet meer terug.
Wat hebben we daar vreselijk gelachen! Het verbaasd me wel eens dat er
zo weinig leden aan bepaalde activiteiten deelnemen. En als men
getraind heeft meteen weer weg. Veel mensen komen niet even binnen
wippen. Jammer...
Op Ans' verzoek zal in het volgende WIK-blad Cees Schaap vertellen hoe hij over de club denkt.
Anne Bottemanne
|