|
Even voorstellen: mijn naam is Corrie Spierieus en ik ben mijn hele leven lang al een fervente hondenliefhebster (maar ook katten hebben een speciaal plekje bij mij).
Mijn eerste “eigen” hondje was een vuilnisbakkie (hij heette Frank, zoals ik later ook mijn jongste zoon zou noemen), waarna er nog velen zijn gevolgd, waaronder een Schotse Collie, een Boxer, een Golden Retriever, meerdere vuilnisbakkies en de laatste jaren vooral Bearded Collies en Newfoundlanders, recent aangevuld met (wederom) een klein bastaardje. Maar mijn hart ligt de laatste jaren toch in het bijzonder bij de Newfoundlanders en daar wil ik het nu dan ook even over hebben.
Omdat het bezig zijn met honden altijd al mijn grootste hobby is geweest (al mijn honden hebben minstens G&G 1 gehad), besloot ik bij het ouder zien worden van één van mijn toenmalige vuilnisbakkies, Pasja, dat mijn volgende hond een echte werkhond zou worden. Het krachtige en bijzonder lieve karakter van de Newfoundlanders was me in de loop van de jaren al opgevallen en het leek mij leuk om te kijken of dit inderdaad de lieve gezelligheidshond was waar ik zo goed mee dacht te kunnen gaan “werken”(lees: zwemmen).
Op een avond ben ik in de stromende regen met mijn zoon naar Nieuwveen gereden en heb toen mijn eerste Newfy opgehaald. Het was een teefje van wie we op de terugweg hebben besloten haar een echte reuennaam te geven, namelijk Bram, Gewoon omdat de kracht en het voorkomen van deze hond het teef- of reu-zijn oversteeg. En Bram vond het zelf ook een goede naam, want vanaf dag één zijn we de dikste vrienden geweest
Vrienden maakt Bram ook meteen met mijn andere honden en katten; dus
het deel betreffende het lieve karakter van deze honden werd gelijk
bewaarheid. In de loop van de tijd kwam ik erachter dat Bram niet
alleen voor andere viervoeters bijzonder lief was, maar dat ook de,
vooral jonge, tweevoeters een speciaal plekje bij deze honden innemen.
De innemende zachtheid en voorzichtigheid die Bram bij kinderen
betrachtte stond bijna haaks op haar voorkomen van pure kracht en
onverzettelijkheid, maar ook deze eigenschappen bleken in de loop van
de tijd “gewoon”een karaktertrek van de Newfoundlander te zijn.
De enige mindere karaktertrek die Bram had (en naar later bleek hebben
meerdere Newfy’s die) was dat ze af en toe ietwat agressief naar andere
honden kon zijn, maar altijd alleen in een situatie waarin zij dacht
mij te moeten beschermen.
Thuis of in andersoortige huiselijke situaties was ze verder altijd een heerlijke hond, echt de lieverd waarop ik had gehoopt.
Ook het werken met Bram was een feest. Water is voor deze honden even
natuurlijk als gras en ook Bram maakte hier geen enkel onderscheid
tussen.
Waterwerk houdt onder andere in het ophalen van een reddingslijn,
het slepen van een boot met drenkelingen en het uit het water redden
van mensen(dummy’s). Ondanks haar longproblemen zwom ze als een vis en
op een latere leeftijd, ze was toen al zeven, is het haar gelukt
Nederlands Kampioen Waterwerk bij de senioren te worden. Uiteindelijk
is ze van ons heengegaan op de respectabele leeftijd van ruim 8 jaar.
Bij het naderende einde van Bram was mijn enthousiasme over de
Newfoundlander al zo groot dat het voor mij geen vraag meer was wat
voor hond ik zou nemen als Bram er niet meer zou zijn. Ik besloot voor
een pup te gaan kijken en kwam terug met Gita, wederom een zwarte teef
en nu gewoon ook met een tevennaam.
Gita was zo mogelijk nóg liever en miste ook de (soms irritante)
eigenschap om al te beschermend op te treden. Ze groeide deels samen op
met mijn toen pasgeboren kleinkinderen, waarvan er één tot op de dag
van vandaag elke seconde van de dag een (ondertussen vieze) Gita met
zich meesleept
Newfy’s en kinderen lijken voor elkaar geschapen te zijn. Wat de
kinderen ook doen, de Newfoundlander vindt het allemaal prima en zal
nooit of te nimmer naar ze uithalen. Paardje rijden of staartje
trekken, alles vond onze Gita goed. Helaas heb ik van deze schat maar 3
½ jaar mogen genieten, voordat ze plotseling aan een hartstilstand
overleed. Mooi, mooier, mooist. Zo lijkt het een beetje te gaan bij
mijn aanschaf van Newfy’s.
De plotselinge dood van Gita deed mij weer snel naar zo’n andere schat
verlangen en ik besloot dit keer een bonte te nemen. Het werd
Brightley, deze keer koos ik voor een reu. Maar reu of teef maakt bij
deze honden in gedrag absoluut geen verschil, in ieder geval niet qua
lief zijn..
Brightley begint het waterwerk nu goed onder de knie te krijgen en
heeft zijn eerste wedstrijden al gehad, waarin hij liet zien in de
toekomst hoge ogen te gaan gooien. Ook sociaal is het weer een absolute
tophond, die tegen alles en iedereen lief is maar ook waaks als het
moment dat vraagt.
Zoals u waarschijnlijk al heeft kunnen zien, kent mijn enthousiasme
voor de Newfoundlander geen grenzen. Jammer genoeg heb ik ook niet de
eeuwige jeugd, dus zal ik me in de nabije toekomst misschien toch meer
toe moeten gaan leggen op een kleiner ras. Maar als u aan mij zou
vragen welke hond nou de ultieme gezin- en werkhond is, zal u van mij
altijd hetzelfde antwoord krijgen: neem lekker een Newfoundlander, de
allergrootste schatten die er zijn!
Corrie Spierieus, moeder van Brightley, Murdock en Zoë
|